Staalkaart van Amerikaanse roots muziek in Groningen

Tekst – Kees Schepel

Beeld – Peter van Riel & Knelis

‘Americana’ is HOT! Het Take Root Festival in Groningen vaart mee, en heeft de afgelopen jaren volop bijgedragen aan de hotness. Geen grote namen als Kris Kristoffersen, Joan Baez of Jason Isbell. Dat rijtje dunt uit. Wel een staalkaart van wat hedendaagse country & rock uit de VS vermag. Het aantal podia werd uitgebreid, het aantal acts evenzeer. Dit jaar was er een zesde podium bijgekomen en waren er in totaal 25 acts. Je ontkomt er niet aan dingen te missen omdat je per se iets anders ook wilt zien. Daarom, hoe moeilijk ook, er moet gekozen worden.  Uw razende reporters Kees Schepel en Peter van Riel vonden bovendien een aantal  persoonlijke favorieten bereid om te praten: Becca Mancari, B.J. Barham , Michael McDermott en Heather Horton,  en  Marlon Rabenreither. Niet de bekendste namen maar wel de meest verrassende acts. Uiteindelijk kregen de sterren John Moreland, Father John Misty en Kurt Vile hun aandacht toch wel.

Becca Mancari
Becca Mancari stond begin september nog in het voorprogramma van Julien Baker in de grote zaal van Paradiso, en is nu terug in Europa voor haar eerste headlining tour. Zij stond ons opgeruimd en open te woord nog voor het festival begon.
Zij werd geboren op Staten Island, New York, maar is vooral opgegroeid in ruraal Pennsylvania. Zij is erg religieus opgevoed, in een gezin waar geen ruimte was om openlijk zichzelf te zijn. Zij wist van jongs af aan dat haar geaardheid niet geaccepteerd zou worden door haar ouders. Haar coming out was dan ook erg moeilijk. “Ze wilden het uitwissen, ontkennen. Het is nu wel iets beter, maar echt accepteren doen ze het niet. Mijn geliefde en ik zullen nooit samen uitgenodigd worden… Dit heeft me ook gevormd. Ik weet hoe het ook is. Ik leef als lesbische vrouw in het zuiden van de Verenigde Staten!  Ik zie nu wat er gebeurt met het extremisme in mijn land. Ik ben er op voorbereid, en ik weet dat je je moet uitspreken, ongeacht de risico’s. Trump is gekozen omdat: 1. Niemand dacht dat hij kon winnen, en 2. Niemand er vol tegenin ging. Dus: ik wil mijzelf kunnen zijn, ik wil kunnen trouwen met de vrouw waar ik van hou. Het moet, sta voor wie je bent. Ik ben een lesbische vrouw en artiest, en ik werd (en word) in de country hoek gezet, maar als ik dan tijdens een show vertel dat een song gaat over mijn liefde voor een vrouw, dan zie ik al wat gezichten wegdraaien. Ze klappen dicht, ‘turn off’, en vaak verlaten ze de zaal… Ik weet dat het gebeurt, maar moet dan juist doorgaan… Na zo’n show kwam er eens een jonge vrouw die daar werkte naar me toe. Ze bedankte me met tranen in haar ogen. Ze had net haar vriendin gebeld en haar gezegd dat ik daar optrad, een lesbische vrouw net als zij en dat ik daarover op het toneel vertelde. Daarom is het zo belangrijk om je uit te spreken. Als we dat niet meer doen dan lukt wat ze willen; ze wissen ons uit!”

Mancari woont en werkt tegenwoordig vanuit Nashville, maar heeft een hele weg afgelegd om daar te komen.
Zij schreef al jong wel liedjes, maar zonder echt te weten of ze daar in verder wilde. De pijnlijke break-up met een geliefde dreef haar in 2011 naar India. Haar oudere zuster woonde er, en ze ging, zonder echt plan, een enkele reis geboekt, met een tas en haar gitaar. Ze verbleef er drie maanden en beschrijft de tijd daar als erg vormend. “Someday I’ll tell the whole story”.
“Door die pijnlijke, slechte break-up was ik gaan denken dat ik ook erg slecht was, en werd daardoor erg in het religieuze getrokken. India was voor mij niet als bij de Beatles een openbaring in die zin, ik ging op zoek naar manieren om mezelf te veranderen. Maar wat ik uiteindelijk vond was een stemmetje in mezelf dat me zei dat ik helemaal niet hoefde te veranderen”.
“Muzikaal was het anders. Ik vind dat we als westerse artiesten erg voorzichtig moeten zijn met het overnemen van invloeden uit andere culturen. Maar natuurlijk nam ik dat ook in me op. De instrumentatie, de tonen, heel anders dan ik van huis uit kende”.
“Ik schreef al voor ik naar India ging. Toen ik terug kwam ging ik in Florida wonen. Ik was in die tijd erg religieus. Ik ging werken als conciërge op een school. Ik leefde erg rustig, erg op mezelf. Tijdens het werk kon ik goed nadenken en zelfs liedjes schrijven. Ook, omdat je zodra je een werkuniform aan hebt, je wordt een soort van onzichtbaar. Mensen gaan gewoon door met praten of je er niet bent. Ik heb er zoveel gehoord en geleerd… Daar schreef ik Arizona Fire, dat over die pijnlijke break-up. Later werd ik leraar, ik leefde mijn leven, ik dacht daar altijd te zullen blijven… Tot het op gegeven moment tot me door drong dat ik tegen leerlingen zei dat ze hun droom moesten volgen, maar dat ik dat zelf helemaal niet deed! Door toeval ontmoette ik op een bruiloftsfeest waar ik speelde een van de managers van de Civil Wars. Hij vond wat hij hoorde goed en raadde me aan naar Nashville te gaan. Binnen twee maanden heb ik toen besloten de boel in te pakken en te gaan”.

“Eenmaal in Nashville heb ik me om te beginnen rustig en bescheiden opgesteld. Ik heb veel geluisterd en geleerd, raakte bevriend met andere muzikanten. Als je daar binnen komt met een air dat je het wel gaat maken, dan wordt je direct weer uitgespuugd. Maar nu was het zo dat toen ik eenmaal een album wilde gaan opnemen ik genoeg hulp kreeg, omdat het mijn vrienden waren! Een hele wijze raad die ik kreeg was:  Be a peer not a fan. En: You need great songs and good friends”.
Good Woman heb ik opgenomen met Kyle Ryan. Ik leerde hem kennen omdat hij steeds naar mijn shows kwam. Ik zag hem een keer aantekeningen maken en ben toen na afloop naar hem toe gegaan om te vragen of hij me wilde spreken… We hebben toen een geweldig gesprek gehad en zijn zo vanzelf gaan samen werken. We hebben heel hard gewerkt, in een kleine studio achter zijn huis. Kyle is geweldig, en hij heeft het ontzettend druk; hij is de bandleider van Kacey Musgraves’ band. Ik wilde bewust geen typische Nashville plaat. Ik luister graag naar shoegaze achtige rock, en Tame Impala, daarom klinkt het ook atmosferisch; niet de typische meisje-met-gitaar muziek”.

“Ik heb nu plannen voor een volgend album, of eigenlijk voor twee albums; misschien noem ik ze Volume 1en Volume 2. In het komend voorjaar moet Volume 1uitkomen. Daaraan werk ik samen met Zac Farro, de drummer van de band Paramore, maar op dit album speelt hij gitaar. Maar als drummer speelt hij ‘anders’ gitaar, erg op ritme gebaseerd. En dan aan het eind van 2019, in de winter, Volume 2; dat wordt een veel soberder geïnstrumenteerd album”.

B.J. Barham
“Het gaat erg goed. I’m in a good place!” B.J. Barham, voorman van American Aquarium uit Raleigh, North Carolina, heeft de drank en drugs afgezworen, is getrouwd, heeft een kind, en is gelukkig. “Ik heb al het negatieve uitgebannen, en kijk: daar was het geluk!”.

Ter gelegenheid van de 25everjaardag van het album Anodyne van Uncle Tupelo verscheen er in Rolling Stone Magazine een ‘Oral History’, waarin BJ Barham aan het woord kwam naast bijvoorbeeld Patterson Hood van de Drive-By Truckers en Gary Louris van The Jayhawks. “Zo, ja, ik was erg vereerd daarvan deel te zijn. Ik realiseerde me ook dat ik de enige was die eigenlijk te jong was om Uncle Tupelo zelf live te hebben gezien. Ik was een jaar of tien. Pas later, in college, en dat was 2002-2003, ben ik echt gaan luisteren, en toen hadden Jeff Tweedy met Wilco en Jay Farrar met Son Volt al nieuwe carrières. Zo vanaf mijn 18eben ik er echt in gedoken als een soort historicus. Ik wilde alles weten, wie er op welk album had meegespeeld, wie had geproduceerd, alles. Ik leun uiteindelijk meer naar Jeff Tweedy en Wilco. Daarom heet mijn band ook American Aquarium (naar de eerste regel uit de Wilco song I am trying to break your heart)en niet de Tear Stained Eyes (een Son Volt song). Wilco heeft meer voor mij gedaan dan Son Volt. Ik bewonder zowel Tweedy als Farrar, maar met Wilco heeft Tweedy laten zien dat je trouw kunt blijven aan de wortels van American Roots Music en toch experimenteel kunt zijn en je eigen stempel kunt drukken, en ‘still be weird’. Terwijl Farrar vooral goed is in dat ene ding, in Jay Farrar zijn”.

Vooral in zijn beginjaren werden BJ Barham en American Aquarium overigens vooral vergeleken met Ryan Adams… “Ja, ik zat nog op high school toen Heartbreakeruitkwam, en dat album heeft me erg beïnvloed. Vervolgens trok ik naar Raleigh; ik kwam daar aan toen Ryan net weg was. Ik kwam daar in een scene terecht die toen eigenlijk wel klaar was met dat hele singer-songwriter idee. Zo kreeg ik eigenlijk een frisse start. Maar zoals dat gaat: zeker in het begin werd ik steeds met Ryan vergeleken. Een jonge, dronken songwriter, en uit Raleigh. Dat was vooral luie journalistiek. Die voortdurende vergelijking is nu wel wat voorbij, ik ben het ook ontgroeid. Men ziet mij nu als BJ Barham; ik heb mijn eigen verhaal te vertellen. Ik ben nog steeds een grote fan van Ryan. Ik koop alles wat hij uitbrengt. He’s a brilliant guy. Hij heeft ooit aangeboden met ons te willen werken. Ik hoop echt dat het er ooit van komt.
Ik ben in Raleigh nog steeds vrienden met Chip Robinson (van The Backsliders) en Kenny Roby  (van 6 String Drag). Toen ik in Raleigh kwam waren zij de old guys in the scene. Ik merk dat ik nou ook steeds meer gezien word als oudgediende. Jonge kids coveren nu American Aquarium songs”.

Vijf jaar terug, in 2013, was BJ Barham al met American Aquarium op Take Root. Hij was nu terug met een geheel nieuwe band. “Ja, de beste band waar ik ooit mee gespeeld heb! Ik heb in het bestaan van American Aquarium met meer dan 30 verschillende bandleden gespeeld, maar het was altijd mijn band, mijn songs. Met de laatste band heb ik, ook in steeds wisselende bezettingen, acht jaar gespeeld. Nu heb ik voor het eerst naar muzikanten van buiten Raleigh gezocht. Ze komen nu uit Austin, Nashville, van overal. Ik ben nu ook op een punt in mijn carrière dat ik het me kan veroorloven om bandleden in te vliegen voor een tour.
Het nieuwe album, Things Change,  is pas tot stand gekomen toen ik met deze jongens samenkwam. Ik had al wel ideeën, maar echte songs werden het pas toen we gingen samenspelen. Ik had daarvoor een periode van twee jaar eigenlijk droog gestaan voor wat betreft het schrijven van nieuwe songs. We zaten met de oude band in een slechte situatie. Iedereen was ongelukkig, en ongelukkig zijn is niet bevorderlijk voor de creativiteit.. Ik kon gewoon niet meer schrijven… Met de nieuwe band was het er meteen weer”.

“Nu ik sobered upben, ben ik ook veel zelfkritischer geworden. Ik schrijf betere songs. Het gaat over ‘grotere’ onderwerpen, het is volwassener. Ik ben veel minder bezig anderen tevreden te stellen. Ik schrijf nu voor mezelf, ik wil trots zijn op wat ik schrijf. Ik ben gelukkig, en dat ben ik lang niet geweest.
Ja, ik ben al aan het schrijven voor een nieuw album, maar ik heb geen haast. Things Changeis er nog geen half jaar. Maar ik schrijf voortdurend. Ik zal altijd een songwriter zijn”.

Marlon Rabenreither, Gold Star
Marlon Rabenreither‘is’ Gold Star. Geboren in Oostenrijk maar opgegroei d in de VS en al enige tijd wonend en werkend in LA, en na het bescheiden succes van zijn vorige album Big Bluenu met een nieuw album,  Uppers & Downers, op tournee.

“Het is allemaal ‘amazing’. Big Blue, mijn vorige album, heeft blijkbaar ook hier het nodige teweeg gebracht. Ik hoorde van mijn manager dat er vragen kwamen, dat er interesse was vanuit Europa. Blijkbaar door mond op mond reclame… En nu is er een publiek voor mijn muziek…”
Op Big Blueklinken er de nodige invloeden door. Neil Young? “Wow, dat is een groot compliment! Ik word ook veel met Ryan Adams vergeleken. Daarom probeer ik niet zo veel meer naar hem te luisteren. Maar natuurlijk, ik begrijp wel waar de vergelijking vandaan komt, ik wil het ook niet ontkennen, die invloed.
Ryan Adams heeft trouwens bas en gitaar gespeeld op de eerste demo’s voor mijn nieuwste album, Uppers & Downers. Ik werkte met Marshall Vore, een drummer/producer die met Ryan gewerkt heeft, en Marshall vroeg me op een dag of ik wilde dat hij Ryan zou vragen om langs te komen. Hij liet Ryan wat horen, en hij wilde wel. Toen dacht ik wel even ‘Fuck, Ryan Adams komt naar de studio!’ Hij is een dag geweest, heel cool. We hebben het er nu over om misschien in de toekomst iets met hem te gaan doen. We’ll see. He’s quite a character and a incredible songwriter”.

Voel je je deel van een LA muziek scene? “Jawel… Kijk, ik ben al een tijd bezig en heb me eigenlijk nooit echt deel van een scene gevoeld. Maar nu is er echt iets gaande. Songwriters als Phoebe Bridgers, Korey Dane, Ethan Gruska en ik; er is tot op zekere hoogte samenwerking en elkaar helpen. Phoebe is amazing; ze neemt me mee op tour en ondersteunt me…
Ik ben nou op tournee met Uppers & Downers. Het album heeft goede kritieken gekregen, ook thuis. We zijn twee weken terug in New York City begonnen, daarna Baltimore, Washington DC, toen overgestoken naar London, toen Parijs, en nu Nederland, Amsterdam, Nijmegen, nu Groningen… Ik kende Groningen niet, maar dit festival is geweldig… Al die namen!. Ik wil zo graag van alles zien, maar ik word maar steeds bezig gehouden…”

Michael McDermott en Heather Horton
“One of the greatest songwriters in the world”. Het zal maar over je gezegd worden. En dan nog door schrijver Stephen King, die in de loop der jaren menigmaal blijk gegeven heeft van een goede muzieksmaak… Het is Michael McDermott gebeurd. Hij begon zijn carrière begin jaren ’90 van de vorige eeuw in zijn geboorteplaats Chicago. Hij werd al jong herkend als een groot talent, er waren (en zijn) vergelijkingen met Bruce Springsteen en Bob Dylan. Maar als dergelijke vergelijkingen al zinvol zijn, dan leiden ze in de regel vooral af van de artiest waar het om gaat. McDermotts leven en werk is er in ieder geval niet mee opgeschoten. Hoewel er een min of meer regelmatige productie van albums volgde, stortte hij zich vooral in een mist van drank en drugs. “Ik heb twintig jaar lang er alles aan gedaan om mezelf kapot te maken. Ik kan me heel veel ook gewoon niet herinneren. Ik speel veel songs uit die tijd ook daarom niet meer. Ik ken ze gewoon niet, ze zijn me vreemd. Maar gelukkig herstelt het brein voor een deel  weer. En ik voel me nu weer ‘jong’ in de zin dat ik wil werken, nieuwe songs schrijven, platen maken, omdat ik het wil. Wat dat betreft is er een nieuw zelfvertrouwen. Ik wil vooruit!”.

Hij is er levend uit gekomen, zag net op tijd in dat het zo niet verder kon. Niet in de laatste plaats door zijn vrouw, Heather Horton, en hun dochter Rain. Met het album Willow Springs (2016) en het dit jaar verschenen Out from Under brengt hij verslag uit. Willow Springs werd algemeen zeer hoog geprezen, en terecht, maar Out from Under is niets minder. Was de druk groot, om na het succes van Willow Springs met een opvolger te komen? “Ja, toch wel. Als artiest vinden we altijd ons laatste werk het beste, maar als de lof zo algemeen en zo groot is, dan begin je je af te vragen of je daar nog voorbij kunt. Ik was eigenlijk verbaasd. Dus ja, ik voelde wel druk, maar ik ben heel tevreden met Out from Under, en in februari komt al weer een nieuw album uit, Orphans. Daar staan nummers op die niet op de vorige twee albums pasten. Ik zit nog vol met ideeën en songs. In mijn map heb ik nog veertig nieuwe songs staan…”

McDermott en Horton ontmoetten elkaar in een bar. Hij had haar net een song van zijn vriend Mike Jordan horen spelen, maar niet zoals hij vond dat het hoorde, en bovendien met de verkeerde titel. Bij hun ontmoeting sprak hij dan ook de inmiddels haast beroemde woorden “I don’t  know whether to kill you or marry you”. Het werd uiteindelijk trouwen, maar daar ging nog wel wat aan vooraf. Hij vroeg haar eerst in zijn band. Zij vertelt dat ze dat wel deed, maar dat ze aanvankelijk vooral niets moest hebben van alle drank en drugs om hem heen, en  de mensen om hem heen, de enablers. De mensen die hem gaven wat hij wilde, ook de drank en drugs, en niet tegen hem in durfden te gaan. “Ik zag dat hij een leugen leefde. Hij zat toen echt onder in de spiraal, en het kon eigenlijk niet verder zo. Hij heeft wel gezegd dat ik zijn leven gered heb, maar ik heb eigenlijk steeds geweten dat hij eruit kon komen… Misschien heb ik hem geholpen de koers te verleggen”.

AmericA Magazine is mediapartner van TakeRoot. Meer over dit festival op www.takeroot.nl