Interview met de Canadese popmuzikant Leif Vollebekk

9 maart 2020


Eind 2019 trad Leif Vollebekk op in de kleine zaal van het Philips Muziekcentrum te Eindhoven. Zijn album New Ways was net uit; hij was op tournee als voorprogramma van de band Half Moon Run. In het tourschema was nog wat ruimte voor een paar soloshows, en dan speelt Vollebekk liever dan dat doelloze rondhangen waaruit een tournee voor een groot deel toch al bestaat.

America Magazine had de gelegenheid Vollebekk te spreken, vlak voor zijn optreden. De tourmanager haalde zijn avondeten bij restaurant Indonesia, en in de tussentijd stond hij ons vriendelijk te woord. Vollebekk begon zijn carrière als een jongeman met een gitaar. Daar zijn er meer van, natuurlijk, maar met de albums Inland (2010) en North Americana (2013) was wel duidelijk dat het hier ging om een bijzonder talent. Sterke songs, goede teksten en een flexibele, herkenbare stem.
“Ik ben opgegroeid met Joni (Mitchell), Leonard (Cohen), Neil Young en Bob (Dylan). Ik heb alles van hen vijftien jaar lang echt ‘gegeten’. Ik ken alles van Bob Dylan uit mijn hoofd. Ik kan zijn teksten letterlijk citeren. Ik weet alles van hem. Ik heb hem willen zijn, heel lang. Maar het werd alleen uiteindelijk zo vermoeiend. Kijk, hij was voor mij de ‘beste’, maar wat is dat? Niemand is ‘de beste’. Ja, Dylan is de beste Dylan, Prince is de beste Prince. Maar er is zoveel meer. Ik heb jarenlang geprobeerd de beste Bob Dylan song ooit te schrijven, maar nu niet meer. Ik wil ook niet meer ‘lenen’, ik wil maken waar ik mezelf het beste bij voel. Op mijn manier”.

New ways
Toen hij een jaar of vier na North Americana in 2017 met Twin Solitude kwam, waren de verwachtingen hooggespannen. De jongen met de gitaar bleek nu vooral de piano te bespelen. Begeleid door spaarzame drums kwam daar een aantal songs van grootse schoonheid tot ons; een van de mooiste platen van 2017. En dan nu New Ways… Niet meer van hetzelfde, dat niet. Wel piano en drums vooral, een duidelijke backbeat, maar het geluid en het gevoel lijken opener. Vanaf de eerste tonen is het open, vertrouwd en tegelijk volstrekt uniek en nieuw.
Het is af en toe net gestripte oude soul… “Ja, dat klopt ergens wel. Kijk, ik had vroeger nooit een backbeat. Ik bewoog door iedere song heen en weer met de gitaar, ‘I liked pushing and pulling’, maar nu merk ik dat het veel leuker is als de drummer de maat geeft. Het klinkt beter, ik voel me er prettiger bij. Ik kan daardoor ook beter specifieke gevoelens in een song leggen.”

“Bij Twin Solitude was het nog wat nieuw voor me. De liedjes schreef ik voor mezelf; ik wilde ze voor mezelf zingen. Ze waren ook meer naar binnen gericht. Voor New Ways zijn de songs meer betrokken bij de buitenwereld… in die zin meer ‘open’ ja.”
“Na de eerste twee platen merkte ik dat ik het een beetje beu werd, met de gitaar… ‘I was just strumming’. Ik vond het weinig dynamisch. Ik wilde ook stoppen mezelf te zien als die kerel met de gitaar. Dat betekent niet dat ik helemaal geen gitaar meer speel, zeker niet. Op New Ways begint het met piano, maar in de tweede helft speel ik vooral gitaar. Toch overheerst dan het gevoel dat het vooral piano is”.

Het drumgeluid op New Ways is heel subtiel. De drums leggen het fundament. “Ja, ik weet wat de beat moet zijn, en dan bouw ik vandaar verder. Voor we echt gingen opnemen ben ik lang bezig geweest alles goed neer te zetten. De microfoons, alles moest precies goed zijn. Daarom duren opnamesessies bij mij ook vrij lang. Het moet allemaal kloppen. Niet omdat alles steeds over moet, of door overdubs… Juist niet. Als we beginnen, dan gaan we. De drums vormen mijn emotionele metronoom, en dan zing en speel ik er meteen live bij. Vaak zijn die eerste opnames dan ook de beste. Ik werk niet, in ieder geval nog niet, zoveel met demo’s. Want die neem ik dan anders op en die klinken dus ook veel anders”.

Nieuwe plaat
Kort voor hij naar Europa kwam voor de tour met Half Moon Run, had hij de kans gekregen zijn muziek te spelen in de Roy Thomson Hall in Toronto, met strijkers, en hijzelf op de Glenn Gould piano. www.youtube.com/watch?v=T3KvINop46Q.
“Dat was ‘really fun’! Ik had het er met mijn manager over gehad, dat ik dat graag wilde, met strijkers om me heen, en dat het dan ook gefilmd werd… Maar dat ik ok wist dat dat erg duur zou zijn, en dat ik geen geld had… En toen gebeurde het! Ze hebben daar een soort serie van optredens waarvoor ze muzikanten uitnodigen, en nu mocht ik! Geweldig was het, we hebben 20 minuten gerepeteerd, meer niet… En het was zo mooi!”

Toen wij hem in november 2019 spraken stond Vollebekk te springen om aan de opnames voor een nieuw album te beginnen. “Ik wil graag door. Ik wil een volgend album opnemen. Die moet weer beter worden. Het goede houden, maar het nog beter laten klinken. Mij is het op New Ways, als ik het nu terug hoor, eigenlijk te ruimtelijk. Misschien is het iets psychologisch, maar in mijn oren klinkt het of de drums te dicht bij zijn. Dus bij de nieuwe plaat wil ik sommige dingen toch anders aanpakken. Je kunt ieder instrument apart microfoons geven, maar het kan juist erg mooi zijn om het geluid van de drums ook op te laten pikken door de microfoon bij de piano, en alles zo samen te laten komen. Zelfs het geluid van de stilte komt er dan bij. Luister maar eens naar oude platen, alles vermengt zich en toch hoor je alles… Ik hou niet van overdubs van mijn stem. Het klinkt veel beter als mijn stem door de microfoon komt en dan vermengd raakt met mijn stem die opgepikt wordt door de andere microfoons. Zo vang je ook de energie die in de ruimte heerst… Dat lukt je nooit als je alles apart opneemt, dan kan alleen als je alles live speelt en opneemt…”.

Tekst – Kees Schepel
Beeld – Peter van Riel